Meer weten

In voorbereiding op de Omgevingswet bereidt de Omgevingsdienst diverse kennisdocumenten voor, in samenwerking met zijn opdrachtgevers en de ketenparnters in de regio.

Handreiking advisering Omgevingsvisie en omgevingsplan

In lijn met de Omgevingswet wil de Omgevingsdienst meer gebiedsgericht en integraal adviseren op het gebied van milieu, bouwen en duurzaamheid. Een belangrijk onderdeel hiervan is een projectmatige aanpak voor omgevingsvisies en -planvorming. Daarom ontwikkelde de Omgevingsdienst een nieuwe werkwijze, die aansluit bij de principes van de Omgevingswet en de wens van zijn deelnemers. Deze nieuwe werkwijze is opgeschreven in de Handreiking Advisering Omgevingsvisie en omgevingsplan.

Memo geluid onder de Omgevingswet

Wat moeten gemeenten en provincie regelen op het gebied van geluid met de inwerkingtreding van de Omgevingswet? Op deze vraag geeft het kernteam Omgevingswet antwoord in haar memo ‘Geluid onder de Omgevingswet’. Omdat nog niet alle wetgeving op het gebied van geluid definitief is, heeft de Omgevingsdienst een ‘levend’ document opgeteld. Zodra zaken veranderen/definitief zijn, wordt dit document ook aangepast aan de actualiteit. 

Belangrijkste wijzigingen 

Met de invoering van de Omgevingswet zijn er naast de landelijke regelgeving nog een aantal direct werkende regels voor geluid (Besluit kwaliteit leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving). 
De meeste direct werkende regels uit het Activiteitenbesluit voor geluid komen te vervallen en moeten opgenomen worden in het omgevingsplan. Ook de regels uit het APV op dit punt moeten (uiteindelijk) worden geïntegreerd in het omgevingsplan. Het omgevingsplan moet erin voorzien dat het geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw aanvaardbaar is.

Gemeenteraden moeten bij vaststellen van het omgevingsplan rekening houden met geluid van activiteiten. Het omgevingsplan moet erin voorzien dat het geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw/functie aanvaardbaar is. Wat aanvaardbaar is, is afhankelijk van de specifieke plaatselijke situatie. De gemeenteraad heeft een grote vrijheid bij de wijze waarop hier invulling gegeven wordt. Hierbij kunnen bijvoorbeeld het gemeentelijk geluidbeleid, de historie en het klachtenpatroon een rol spelen. Aan de hand van een belangenafweging tussen het beschermen en het benutten van de fysieke leefomgeving (doelen van de Omgevingswet) moet duidelijk worden welk geluidniveau aanvaardbaar is. 

Onder de Omgevingswet moeten gemeenten voor alle gezoneerde industrieterreinen waarvoor zij bevoegd gezag zijn, de huidige geluidzones omzetten naar de GGP‐systematiek (geluidproductieplafonds). De provincie moet dit voor alle provinciale wegen doen. Voor gemeentelijke wegen en lokale spoorwegen moet de gemeente een basisgeluidemissie vaststellen. Aan de hand van de basisgeluidemissie moet de geluidbelasting vanwege gemeentelijke wegen en lokale spoorwegen gemonitord worden. Deze systematiek geldt in principe voor alle wegen met meer dan 1000 motor voertuigen per etmaal. 

De volledige memo 'Geluid onder de Omgevingswet' leest u hier.

Actueel overzicht van de impact van de nieuwe wetgeving

De publicatie ‘Bestuurlijke Impactanalyse’ geeft de opdrachtgevers van de Omgevingsdienst informatie waarmee ze invulling kunnen geven aan de bestuurlijke afwegingsruimte. De eerste versie dateert uit 2017. Aan de hand van de definitieve Algemene Maatregelen van Bestuur Omgevingswet en de wetsvoorstellen Aanvullingswet bodem, geluid en natuur is de analyse geactualiseerd. Daarnaast zijn nieuwe aspecten meegenomen in de actualisatie zoals de thema’s natuur, gezondheid en bovengronds erfgoed. De mate waarin en de wijze waarop de bestuurlijke afwegingsruimte toeneemt, varieert per milieuaspect. Vooral op het gebied van bodem is er sprake van een duidelijke toename van afwegingsruimte. 

Reden is onder meer dat alle gemeenten na inwerkingtreding van de Omgevingswet ‘bevoegd gezag bodem’ zijn. Daarnaast is er op het gebied van geur, geluid en bodem sprake van meer afwegingsruimte, doordat gemeenten de mogelijkheid krijgen ‐ om binnen een bepaalde bandbreedte – eigen omgevingswaarden te stellen. Hiermee kan beter rekening worden gehouden met het aspect gezondheid. Op het gebied van geur neemt de afwegingsruimte ook toe als gevolg van een beperking van de definitie van geurgevoelige objecten.

Er lijkt geen of nauwelijks meer afwegingsruimte te komen voor externe veiligheid, luchtkwaliteit, natuur en bovengronds erfgoed.
Dat betekent overigens niet dat er met de Omgevingswet op deze aspecten geen veranderingen zijn waar gemeenten rekening mee moeten houden. Zo komt de oriëntatiewaarde als referentie voor het groepsrisico niet meer terug in de nieuwe regelgeving voor externe veiligheid.
In het algemeen ontstaat voor gemeenten meer ruimte om eigen afwegingen te maken. 

Wat een wenselijke kwaliteit is, varieert straks per gebied: Leiden heeft andere omgevingswaarden dan Nieuwkoop. De maatschappelijke opgaven voor beide gemeenten zijn anders. Met uniforme regels kan die opgave niet worden aangepakt. Daarmee wordt de afwegingsruimte voor lokale overheden vergroot. Opdrachtgevers kunnen bijvoorbeeld vaker binnen een bandbreedte soepeler of strenger normen hanteren. De impactanalyse is een handvat voor het hanteren van de normen.
De Impactanalyse bestuurlijke afwegingsruimte is tot stand gekomen met advies van de GGD en Erfgoed Leiden.

Naar: Actualisatie impactanalyse bestuurlijke afwegingsruimte Omgevingswet.


Heeft u vragen of wilt u advies?
Neem dan contact op met Rob Heemskerk, projectleider Omgevingswet: R.Heemskerk@odwh.nl.

Logo