In een notendop

De Omgevingswet biedt in de praktijk meer ruimte voor initiatieven van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties

De Omgevingsdienst is zich ervan bewust dat de wet veel nadruk legt op participatie: alle belanghebbende partijen moeten in een vroeg stadium betrokken zijn bij beleid- en besluitvormingsprocessen in de fysieke leefomgeving. Dit vraagt andere competenties van vergunningverleners en handhavers, vooral op het gebied van communicatie. Overleg over initiatieven in een vroeg stadium moet leiden tot een versnelling van de besluitvorming. Andere doelen van de wet zijn een betere balans tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving en minder regels.

In de omgevingsvisie staat de gewenste kwaliteit van de leefomgeving beschreven

De Omgevingsdienst denkt hier actief over mee. Elke overheid heeft zijn eigen omgevingsvisie.Het Rijk stelt naar verwachting in het voorjaar van 2020 een nationale omgevingsvisie (NoVi) vast. De provincie heeft sinds 1 april 2019 een provinciale omgevingsvisie met een -verordening en de gemeenten waarvoor wij werken hebben of zijn bezig met hun eigen omgevingsvisie.Ketenpartners zoals de Omgevingsdienst, Veiligheidsregio en GGD, maar ook andere overheden, zijn nauw betrokken bij het maakproces.

De gemeenten werken hun visie samen met hun inwoners, bedrijven en ketenpartners uit tot een omgevingsplan

Het plan beoogt overbodige regels te schrappen en tegenstrijdige regels te vermijden. Het is, ook voor de Omgevingsdienst, een enorme klus om de oude regels te vertalen in nieuwe. Daarnaast moeten deze nieuwe regels ingevoerd worden in één digitaal omgevingsloket: het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Zodat iedereen straks op één plek kan zien wat wel en niet mag in de fysieke leefomgeving.