Gedragscode stadswerk

Als een initiatiefnemer de richtlijnen en werkwijzen volgt uit een goedgekeurde gedragscode, krijgt hij vrijstelling voor een aantal in de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde soorten. 

Gedragscode Wet natuurbescherming

Verschillende organisaties stelden een gedragscode op voor de Wnb. Hierin staan gedragsregels die beschrijven hoe bij het uitvoeren van activiteiten schade aan beschermde planten en dieren zo veel mogelijk te voorkomen zijn. Deze regels zijn niet locatiegebonden, maar gelden in heel Nederland. Maakt een initiatiefnemer gebruik van een goedgekeurde gedragscode, dan geldt een vrijstelling van de verboden in de Wnb. Maakt een initiatiefnemer geen gebruik van een bestaande gedragscode, dan kan het zijn dat hij een ontheffing voor de werkzaamheden moet aanvragen. De uit te voeren ecologische onderzoeken, de op te stellen documenten en de aanwezigheid van een wettelijk belang zijn nagenoeg vergelijkbaar met het werken volgens ontheffing (zonder gedragscode). Omdat de gedragscode alleen gaat over kleinschalige ingrepen en bewezen effectieve maatregelen, komt de staat van instandhouding van de soort niet in het geding en hoeft deze in het ecologisch onderzoek niet beoordeeld te worden. Het aanvragen en verkrijgen van ontheffing Wnb bij werken met de gedragscode is dan niet nodig. 

Tweedeling

De gedragscode Stadswerk geldt alleen voor werkzaamheden uitgevoerd door gemeenten of partijen die onder regie van gemeenten vallen, of in opdracht van gemeenten werken. De gedragscode heeft twee delen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling of inrichting’ en ‘Bestendig beheer en onderhoud’. Voor beide geldt dat de gedragscode van toepassing is op (bepaalde) voorbereidende en uitvoerende werkzaamheden, op locaties met (bepaalde) wettelijke beschermde soorten. 

Ruimtelijke ontwikkeling of inrichting

Onder de categorie ‘Ruimtelijke ontwikkeling of inrichting’ vallen de werkzaamheden die resulteren in een functieverandering of uiterlijke verandering van een gebied of object. Dit zijn werkzaamheden zoals het verwijderen van beplanting, het slopen van gebouwen en/of het dempen van een watergang. De gedragscode is alleen inzetbaar voor een kleinschalige ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. 

Bestendig beheer en onderhoud

De categorie ‘Bestendig beheer en onderhoud’ gaat over het voortzetten van (regulier) onderhoud met als resultaat het behoud van de bestaande situatie.

Dit wordt hieronder in tabelvorm weergegeven: 

tabel gedragscode stadswerk

* Zie voor een uitgebreide omschrijving bijlage 3 van de gedragscode

Voorkomen of beperken

In beide categorieën is er onderscheid tussen het voorkomen en het beperken van nadelige effecten. De maatregelen om effecten te voorkomen, zijn toepasbaar voor alle beschermde soorten. Het gaat hier bijvoorbeeld om werken buiten de kwetsbare perioden. Voor werkzaamheden in de categorie ‘Ruimtelijke ontwikkeling en inrichting’ geldt dat de maatregelen om effecten te beperken voor een beperkt aantal beschermde soorten toepasbaar zijn. Bij ‘Beheer en onderhoud’ geldt dit voor alle beschermde soorten. Daarbij moet de initiatiefnemer aantonen dat er sprake is van een wettelijk belang. Ook moet hij aantonen dat het noodzakelijk is de werkzaamheden op die locatie, op die manier en op dat moment uit te voeren. Het gaat hier bijvoorbeeld om het vernielen van verblijfplaatsen. 

Maatregelen per soort

In de gedragscode staat op welke wijze de gedragscode inzetbaar is en hoe het werkproces verloopt. Per soort zijn de maatregelen beschreven die een initiatiefnemer moet uitvoeren om zorgvuldig om te gaan met de aanwezige beschermde flora en fauna. 

Toezicht en handhaving

In het goedkeuringsbesluit is opgenomen dat de gemeente zorg draagt voor naleving van de gedragscode. Bijvoorbeeld in een contractuele afspraak met de uitvoerder. Omdat de gemeente eindverantwoordelijke is, is het aan de gemeente om erop toe te zien dat de gedragscodes en werkprotocollen (op een goede wijze) worden toegepast. Als de gemeente opdracht geeft voor het uitvoeren van de werkzaamheden, adviseert de Omgevingsdienst de uitgevoerde ecologische onderzoeken en het opgestelde ecologisch werkprotocol te laten beoordelen door een deskundige. De provincie stelt vast of aan de gedragscodes en werkprotocollen wordt voldaan en kan eventueel handhavend optreden. De Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voert deze taak uit in Zuid-Holland.

Opnemen als vastgesteld beleid

In het Handboek dat bij de gedragscode hoort, staat dat het gebruik van de gedragscode kan worden opgenomen als vastgesteld beleid. Dat kan in een apart management-, college- of raadbesluit, of door het opnemen van de toepassing van de gedragscode in de Omgevingsvisie, Omgevingsplan of de Omgevingsverordening. Het is ook toegestaan te werken met een niet vastgestelde gedragscode. Maar opnemen in het gemeentelijk beleid heeft wel de voorkeur.