Beleid en taken

Het Rijk heeft de regels voor het verwijderen van asbest en het toezicht voor een groot deel in handen van private partijen gelegd. De hoge kosten van de asbestverwijdering en de complexiteit van het systeem levert een prikkel om de regels te omzeilen. Daarbij gaat het niet alleen om de certificatieregelingen voor Asbestinventarisatie- en Asbestverwijderingsbedrijven. Het slechte naleefgedrag wordt ook in de hand gewerkt door de verschillen in toets- en toezichtcapaciteit en de sanctionering. De pakkans en de sancties verschillen sterk. De vorming van de omgevingsdiensten heeft de mogelijkheid geboden om hier landelijk verandering in te brengen. Het toezicht op asbest is daarom in het basistakenpakket van de omgevingsdiensten opgenomen.

Tegen overtredingen kan de Omgevingsdienst op de volgende wettelijke grondslagen handhavend optreden, mede afhankelijk van de aard van de overtreding en de hoedanigheid van de overtreder: de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Wet milieubeheer, Woningwet, Wet bodembescherming, Arbeidsomstandighedenwet en de daarmee samenhangende besluiten, zoals het Bouwbesluit 2012, Asbestverwijderingsbesluit 2005, Productbesluit asbest en Arbeidsomstandighedenbesluit en regelingen.

Opgelegde sancties zijn procedureel via de Algemene Wet Bestuursrecht aan te vechten. De Omgevingsdienst is gemandateerd voor het toezicht en de handhaving bij bedrijfsmatige activiteiten met asbest, omdat het deel uitmaakt van de toezichtstaken in relatie tot de Wabo, Wet milieubeheer en de daaronder vallende Amvb’s. De Omgevingsdienst kan de juridische afhandeling van een bestuurlijke sanctie verzorgen.