Luchtkwaliteit berekenen en meten

Luchtkwaliteit kan je berekenen (modelleren) en meten. Het zijn twee verschillende trajecten die eventueel naast elkaar kunnen worden uitgevoerd. Welke methode het meest geschikt is, is onder afhankelijk van een aantal punten. Zoals het doel van de meting, het toetsingskader, de financiële middelen, nauwkeurigheid of tijdsduur. 

Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen berekenen en meten?
Berekenen

Berekenen van de luchtkwaliteit gebeurt met rekenmodellen die door het ministerie zijn goedgekeurd. De software van deze rekenmodellen worden ieder jaar geactualiseerd. Door het invoeren van verkeersgegevens, omgevingskenmerken en meteorologie wordt berekend hoeveel luchtverontreiniging afkomstig is van wegverkeer. 

De verkeersgegevens bestaan onder andere uit de hoeveelheid auto- en vrachtverkeer en de omgevingskenmerken bevatten gegevens zoals de hoeveelheid bebouwing, breedte van de weg en de afstand van de weg tot de bebouwing. Daarnaast is de uitstoot van de voertuigen van belang. Het grote voordeel van rekenen is dat het snel is en dat je toekomstvoorspellingen kunt doen. Dit is van belang bij de uitvoeren van ruimtelijke plannen en vergunningverlening; bijvoorbeeld de bouw van een grote woonwijk, de aanleg van een nieuwe weg of de realisatie van een grote fabriek. Zo kan worden bepaald of toekomstige grenswaarden worden overschreden en de bouw of aanleg mogelijk is. 

Ieder jaar worden deze rekenmodellen onder loep genomen en gekeken of de uitkomsten in de huidige situatie overeenkomen met meetresultaten. Onder andere luchtkwaliteitskaarten die u via de Atlas Leefomgeving kunt bekijken komen tot stand door middel van berekeningen.

Meten 

Goed meten is lastiger dan het lijkt. Naast verandering in het verkeersbeeld zijn bijvoorbeeld ook factoren als locatie en meteorologie van grote invloed op de meetresultaten. Met name de meteorologie is tijdens het meten niet constant. Het is mogelijk dat het weer binnen 24 uur voor grote concentratieverschillen zorgt. 

In ons werkgebied  meet de Omgevingsdienst op twee verschillende manieren de luchtkwaliteit. Namelijk met Palmes buisjes en het RIVM-meetstation. 

Palmes buisjes

Hiermee wordt door het ophangen van speciale buisjes de concentratie NO2 gemeten. Deze buisjes worden na vier weken verwisseld. De buisjes worden opgestuurd naar het laboratorium voor analyse. Er moet minimaal een jaar worden gemeten.

RIVM-meetstation

Het landelijk meetnet luchtkwaliteit (LML) van het RIVM omvat ongeveer zeventig meetstations die door heel Nederland staan. De stations met verschillende stoffen waaronder stikstofdioxide en fijn stof. Niet ieder meetstation meet iedere stof. Langs de Willem de Zwijgerlaan in Leiden staat ook een meetstation van het LML. Deze meet alleen fijn stof ( PM10). Voor de actuele meetresultaten kijkt op  www.luchtmeetnet.nl.