ODWH onderzoekt aanwezigheid lood in bodem bij kinderspeelplaatsen

Door eeuwenlang gebruik zit op veel plaatsen in Zuid-Holland lood in de bodem. Landelijk is bepaald dat op kinderspeelplaatsen de risico’s die dit met zich meebrengt relatief groot zijn. De Omgevingsdienst West-Holland doet onderzoek naar lood in de bodem bij kinderpeelplaatsen in onze regio. In het eerste kwartaal van 2019 zijn naar verwachting de uitslagen bekend.

Lood heeft een nadelig effect op de ontwikkeling van de hersenen van jonge kinderen. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de Gemeentelijke Gezondheidsdiensten (GGD) hebben vastgesteld dat met name kinderen tot en met zes jaar kwetsbaarder zijn en zo min mogelijk lood moeten binnenkrijgen. Kinderen kunnen lood binnenkrijgen door bijvoorbeeld hun vingers in hun mond te steken tijdens het spelen op een bodem met lood. Omdat kinderen een kwetsbare groep vormen, voert de Omgevingsdienst samen met de provincie Zuid-Holland onderzoek uit naar kinderspeelplaatsen in gebieden waar lood het meest verwacht kan worden. Dat zijn vooral de gebieden met oude bebouwing, zoals dorps- kernen en -linten.

De Omgevingsdienst bezoekt de speeltuinen in onze regio en beoordeelt in hoeverre blootstelling aan eventueel loodhoudende bodem mogelijk is. Daar waar de bodem niet duurzaam is afgedekt met (kunst)gras of harde materialen, worden grondmonsters genomen. Als blijkt dat er teveel lood in de bodem aanwezig is, volgen maatregelen om blootstelling te voorkomen. Door hiernaast gebruiksadviezen op te volgen kan de blootstelling aan lood tot een minimum beperkt blijven.