Jan Rotmans: ‘Ondanks mitsen en maren toch goed dat Omgevingswet er komt’

De transitieprofessor die met Urgenda de regering dwong zich aan de klimaatdoelstellingen te houden, staat bekend om zijn radicale uitspraken. Ook over de Omgevingswet: ‘geen land ter wereld is zo gek om al die milieu- en RO-wetten te bundelen.’ Reden om Jan Rotmans uit te nodigen bij Omgevingsdienst. In november opende hij een van de Omgevingswet bijeenkomsten bij de Omgevingsdienst om kennis van en bewustwording over de wet in de organisatie te bevorderen. In Rotmans lezing werd al snel duidelijk waarom de wet, ondanks alle mitsen en maren, er tòch moet komen.

Andere aanpak

‘De wereld om ons heen is verandert’, aldus Jan Rotmans. Bewoners en bedrijven kunnen zelf denken en dat willen ze weten ook. En anders laten ze zich wel horen. Bij voorkeur niet via instituten als vakbonden of politieke partijen, maar via spontane belangengroepen en sociale media. De nieuwe burgers zeggen ‘geef ons maar gebiedsgerichte richtlijnen, dan zoeken we het zelf wel uit’. Landelijke regels staan dat in de weg. Decentraliseren dus maar, dacht het Rijk. Dat het kàn, is bewezen in het sociaal domein, aldus Rotmans. Daar is dat model – zij het met horten en stoten – al ingevoerd met de Wet maatschappelijke Ondersteuning (Wmo).

De Omgevingswet vraagt een andere aanpak. Rotmans: ‘alleen achteraf toetsen aan regels, dat voldoet niet meer’. ‘Wat moeten we dan wèl doen?’, vroeg iemand in de zaal. ‘Kaders opstellen en participatie organiseren: breed opgestelde afspraken vooraf en gewone mensen en bedrijven betrekken. Niet wéér die instituten van vroeger.’ Maar hoe kòm je daar? Belangrijk is volgens Rotmans de nieuwe houding, en het gedrag dat daarbij hoort. ‘Mijn recept is: besteed 75% van je aandacht aan gedragsverandering en 25% aan de inhoud.’