Aanpassing tussentijdse rapportage

Op 6 mei ging het algemeen bestuur akkoord om de tussentijdse rapportages voor de gemeenten terug te brengen van twee naar één keer per jaar. Om beter aan te sluiten bij de rapportagemomenten van de gemeenten, biedt de Omgevingsdienst in augustus nu één tussentijdse rapportage aan over de periode januari t/m juni. De reden voor de aanpassing is dat een rapportage in augustus beter aansluit bij de rapportagemomenten van de gemeenten. Ook kunnen eventuele financiële consequenties nog worden verwerkt in de najaarsnota van de gemeenten.

Aan de maandelijkse urenrapportages verandert niets. Over de bouwtaken worden maatwerkafspraken gemaakt. In afwijking van de afspraak met de gemeenten is met de provincie afgesproken om de twee tussentijdse rapportages voort te zetten. De provincie heeft hiervoor een voorkeur vanwege  de rapportagefrequentie van de andere omgevingsdiensten binnen Zuid-Holland.

Achtergrond

De tussentijdse rapportages bestaan uit de bestuurlijke periodieke rapportages (burap) en de ambtelijke periodieke rapportages (perrap). In de ambtelijke adviesgroep inhoud, financiën en juridische zaken is geconstateerd dat de eerste rapportage (januari t/m april) weinig toegevoegde waarde heeft, omdat deze niet aansluit bij een rapportagemoment van de gemeente. De tweede rapportage (mei t/m augustus), die in oktober/november wordt aangeboden aan het bestuur, bevat ook een prognose tot het einde van het jaar. Dit komt voor veel gemeenten te laat, omdat zij dan geen financiële aanpassingen meer kunnen doorvoeren in de najaarsnota.