Duidelijke uitspraak in langlopende zaak over bodemverontreiniging

Op 1 februari 2017 deed de Raad van State uitspraak in een langlopend geschil met een verhuurder in Leiden. Het betreft een historische bodemverontreiniging door een voormalige wasserij. Op het perceel is nu een supermarkt gevestigd. In nauw overleg met de gemeente Leiden pakt de Omgevingsdienst alle spoedeisende verontreinigingen aan.

De verhuurder vond dat hij niet verantwoordelijk was omdat ook sprake zou zijn van andere verontreinigingsbronnen. Ook was de verhuurder van mening dat de gemeente verantwoordelijk is voor de verontreiniging in de openbare weg, omdat deze verspreid was via de lekke riolering. Tenslotte vond de verhuurder dat hij geen bedrijf exploiteerde, maar als particulier slechts verhuurde, zodat geen saneringsbevel gegeven kon worden.

De Raad van State veegt deze argumenten van tafel. Ook de verontreiniging in de openbare weg is afkomstig van de voormalige wasserij, er zijn geen andere bronnen aangetroffen in de omgeving en de eigenaar verhuurt een bedrijfsterrein. Daarom moet de verhuurder de sanering uitvoeren. De sanering moet voor 1 februari 2020 gestart zijn.