We willen dat de lucht die we inademen schoon en fris is. Toch is een goede luchtkwaliteit niet vanzelfsprekend. Industrie en verkeer zorgen vooral in stedelijk gebied voor veel luchtvervuiling.
De Nederlandse regelgeving voor luchtkwaliteit is gebaseerd op Europese richtlijnen. Die bepalen hoeveel vervuilende stoffen er maximaal in de lucht mogen zitten. Rijksoverheid, provincies en gemeenten moeten er samen voor zorgen dat de Europese normen niet worden overschreden. Dit is vastgelegd in de Wet milieubeheer.
Om de luchtkwaliteit te verbeteren is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) opgericht. Dit is een samenwerkingsprogramma van de Rijksoverheid en lokale overheden. Vanaf 2008 voert de Omgevingsdienst samen met de gemeenten uit Holland Rijnland het regionale programma uit. Voor dit programma, het Actieprogramma Luchtkwaliteit, worden regionaal en lokaal een aantal maatregelen uitgevoerd om de luchtkwaliteit te verbeteren. De meeste maatregelen zijn gericht op het verkeer
Gemeente Leiden neemt extra maatregelen om de luchtkwaliteit in de stad te verbeteren. De belangrijkste maatregelen zijn:
Daarnaast is de gemeente de publiekscampagne Een schonere lucht komt niet uit de hemel vallen gestart in samenwerking met de GGD en de Omgevingsdienst.
Om inzicht te geven in de luchtkwaliteit, maakt de Omgevingsdienst rapportages van de luchtkwaliteit voor de aangesloten gemeenten. Als de plandrempels uit de Wet milieubeheer worden overschreden, maakt de Omgevingsdienst een luchtkwaliteitplan. Hierin staat hoe de gemeente uiterlijk in 2015 aan de normen wil gaan voldoen. De laatste luchtrapportages zijn in 2009 gemaakt, uit die rapportages bleek dat in de meeste gemeenten de grenswaarden uit de Wet milieubeheer niet meer overschreden worden. De meest recente rapportages vindt u hier.
Voor de gemeenten Leiden en Leiderdorp heeft de Omgevingsdienst wel een luchtkwaliteitplan gemaakt.